3D-printen op basis van recycleerbare of biobased materialen

04-02-2019

3D-printen heeft veel voordelen en is op zich duurzaam. Maar het circulaire 3D-printen zal pas echt komen als het printen zelf ook met recycleerbare of biobased materialen gebeurt. Een transitie die vandaag moet beginnen, vertelt Hugo da Silva, vice-president van Additive Manufacturing bij DSM.

3D-printen wordt gebruikt voor kleinschalige, gepersonaliseerde productie maar ook voor massaproductie. Daardoor kan het op onnoemelijk veel terreinen worden ingezet. Op zich is de procedure ook duurzaam: er wordt niet méér materiaal gebruikt dan er nodig is wat de afvalberg substantieel kan doen slinken. Ook kan er ‘on demand’ worden geprint waardoor overbodige stocks worden vermeden. Verder kunnen de producten lokaal worden geproduceerd waardoor klimaatbelastend transport niet langer nodig is.

Hugo da Silva, vice-president van Additive Manufacturing bij DSM, ziet heel wat voordelen in 3D-printen, als er aan een bijkomende voorwaarde wordt voldaan. Als we willen aansluiten bij de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie, moeten ook de materialen die gebruikt worden om te printen, verduurzamen. “Alle materialen voor 3D-printen moeten in de toekomst biobased of recycleerbaar worden”, zegt hij.

Een geprinte versnellingspook

Als voorbeeld geeft da Silva de auto-industrie. Volkswagen bijvoorbeeld zet nu al vol in op de productietechnologie en gebruikte sinds vorig jaar 3D-printen voor verschillende auto-onderdelen. Denken we maar aan de knop van de versnellingspook. De procedure mag dan wel duurzaam zijn, de materialen zijn dat niet. “Van een auto die uit 3.000 onderdelen bestaat, zijn er maar tien recycleerbaar en de rest niet”, stelt da Silva. Meer onderdelen duurzaam maken, is dus een eerste opdracht en 3D-printen kan daarbij helpen.

In 2060 worden de helft van alle producten met 3D-printers gemaakt

ING verwacht dat de helft van alle producten in 2060 met 3D-printers worden gemaakt. “Maar bij het uitrollen van een nieuwe technologie, hoort ook een verantwoordelijkheid.” Volgens da Silva moeten we ons nu volop op de duurzaamheid van de materialen richten, voor de technologie mainstream wordt. “Anders creëren we een probleem voor de volgende generatie”, voorspelt hij.

Als voorbeeld geeft hij thermoplastics. Die zijn relatief eenvoudig te recycleren, maar thermosets niet. “Een duurzaam materiaal is circulair en uiteindelijk biobased. Maar op dit moment bezitten heel weinig materialen die eigenschap. “Om dit op te lossen moet de hele keten, inclusief materiaalleverancier én producent, de koppen bij elkaar steken”, vindt hij. “Er is immers geen gebrek aan bewustzijn bij de producenten, maar de materialen zijn er nog niet. Bij elk product moeten we grondig analyseren wat de juiste oplossing is. Als we heel veel fossiele olie nodig hebben om een geschikte biobased toepassing te maken, dan kan het mogelijk zijn dat biobased niet de beste oplossing is. Maar we moeten het product in ieder geval al circulair maken. De ontwikkeling van nieuwe materialen is zeer complex en neemt lange tijd in beslag. Daarom moeten we er, samen met de industrie, vandaag al mee beginnen.”

Da Silva en zijn team doen dat alvast. Zij buigen zich intensief over de ontwikkeling van materialen die gezondheid en welzijn respecteren, het decentraliseren van de productie waardoor transport en afval wordt gereduceerd, het produceren en consumeren op een meer verantwoorde wijze en het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen. Ze gebruiken daarbij als kompas de Sustainable Development Goals (SDG’s), meer specifiek de SDG 3 (gezondheid en welzijn), SDG 9 (industrie, innovatie en infrastructuur), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie) en de SDG 13 (klimaatactie).

Aankomende events

Aankomend event